Dallas aan de Grift

DSC_8798 copyVoordracht ‘DALLAS AAN DE GRIFT’ van schrijver en dichter Willem Bierman, bij de presentatie van het boekje ‘Püntig055 – net een soap’.

“Eerst een paar feiten, dan de hersenspinsels. De eerste soap ontstond in 1933. De Amerikaanse zeepfabrikant Procter & Gamble kocht dagelijks vijftien minuten zendtijd op een radiostation. Twaalf daarvan werden gebruikt om een hoorspelserie uit te zenden, de andere drie om reclame te maken voor een zeepmerk. Het voorbeeld werd al spoedig door andere fabrikanten gevolgd.

De naam ‘soapserie’ is afgeleid van ‘soap opera’. Die uitzendingen werden in de jaren 30 voor het eerst op de radio en later ook op televisie uitgezonden. Ze werden gesponsord door wasmiddelfabrikanten die het luisteren of kijken geregeld voor hun reclames onderbraken.

Apeldoorn heeft zijn eigen Procter & Gamble gehad, zeepfabriek De Haas & Van Brero, ruim 50 jaar aan de Waterloseweg gevestigd geweest. Toonaangevend fabrikant van huishoudelijke artikelen en bekend van zeepmerken als Swift en Condor. Het bedrijf voerde al vroeg reclamecampagnes, schoolacties, spaarzegelsystemen. En gaf sportplaatjes uit. Wie van de hier aanwezige oudere jongeren kent niet het beroemde voetbalplaatjesboek Goal! geschreven door sportverslaggever Leo Pagano? De zaak sloot in de jaren 60 zijn deuren, het gebouw werd in 1982 gesloopt. Er ontstond een nieuwe woonwijk, het Witte dorp. Er zijn mensen die er niet dood gevonden willen worden.

Terug naar nu. Het gaat hier over de eerste Apeldoornse stadssoap, geschreven door een collectief dat onder de weinig transparante naam Püntig055 opereert. Nee, ik zal hun namen niet onthullen. Direct word ik nog opgeroepen om te getuigen in processen die ongetwijfeld gevoerd zullen worden door de vele dramatis personae die zich diep in het kruis getast voelen. Want het collectief gaat flink loos in deze mix van glamoursoap, regiosoap en docusoap. Ik ben wel iets gewend, maar ik moet bekennen dat ik af en toe met rooie oortjes zat te lezen, want o,o,o. Omdat ik iets meer weet van bepaalde inner circles hier en de pseudo-notabelen die erin rondfladderen, gedragen door vleugelen der verbeelding, kwam menig uitvergroot ego me bekend voor. Goh, wat ken ik toch veel celebrity’s, dacht ik in een hallucinerend moment van zielloze zelfzucht en schaamteloos narcisme. Om een wijle wezenloos uit het raam te staren hoefde ik niet al te veel aan mijn houding te veranderen.

Daar verschenen ze in paradepas op mijn netvlies: de plucheklevende Sjef Hamburger, het dartele trio stadsdiva’s Adèle, Helga en Shannon, die Sjef wel een leuke man vinden. Vooral Adèle. De breedstrijkende schilder Antonio Grootkwast met zijn wereldomspannende workshops. Het retorisch begaafd organisatietype, de heer Fonie, met zijn foute voornaam en dito sjaaltje. En natuurlijk, ik zou hem bijna vergeten, de alomtegenwoordige Evert Blauwe Veldmeer. Bij hem sta ik iets langer stil. Maar eerst een bekentenis. Tijdens het lezen ben ik diverse keren in lachen uitgebarsten. Geen besmuikt, lullig glimlachje van o gossie. Nee, een hardoppe klatering die elders voor burengerucht zou kunnen doorgaan. Dan moet je echt van goeden huize komen wil je zo’n uitbarsting bij mij bewerkstelligen. Het overkwam me zelfs tweemaal bij scènes waarin genoemde Blauwe Veldmeer een rol speelt. De man in kwestie verlaat het café om koers te zetten naar een belangrijke eiergooiwedstrijd. ‘Evert trekt zijn regenjas aan en kust beurtelings alle 30 vrouwen in café QuitteQuitte op hun wang.’ Ik lig dubbel, hoe simpel kan het wezen. Dan zijn we er nog niet, want eenmaal op de Hoofdstraat, op weg naar café De Ouwe Meuk, gaat het verder: ‘Om de drie meter vliegt hij een vrouw om de hals en zoent haar gentlemanlike.’ Ik in mijn dubbelgeklapte houding transformeer tot een extatische voodoopriester. Me ondertussen rot peinzend wie de schrijvers hier toch in godsnaam voor hun geestesoog zagen.

Niet alles is een raadsel. Er komen in het boek ook een paar met naam en toenaam genoemd ba’ers voor. Ik herinner me een sigarenwinkelier aan de zuidzijde van het marktplein. En mijn voormalige buurtgenoten Andy en Melisa, die tegenwoordig in een door Playboy gerunde tattooshop met kickboks-corner wonen. Het lot dat hen in het verhaal beschoren is, is op z’n zachtst gezegd niet florissant. Ik zal er uit piëteit niet verder op ingaan, maar ik gedenk hen in mijn gebeden.

Er is veel waar ik plezier aan beleefde bij het lezen. Graag had ik meer willen vernemen over de lotgevallen van Theo Viswater en Diederich Krautmoes. En de journalisten Paulus de Bosch en de voornaamloze Kortleven. Of over dat in doodsstrijd liggende restantje van wat eens een trotse Apeldoornse Courant was. Breek me de bek niet open.

Zonder de clou te verraden kan ik zeggen dat de onlangs verreden Giro d’Italia een belangrijke rol speelt in het verhaal. En als ik Giro zeg, dan zeg ik giro en denk ik aan giroblauw. Jullie niet. Jullie wordt het roze voor de ogen, sinds het Italiaanse fietstochtje godbetert in Apeldoorn begon, in het kader van de globalisering, de verbroedering tussen de volken en de centen, die al lang geen lires en guldens meer heten. De start op 6 mei kon doorgaan omdat stadsdichter Hanz Mirck zijn tekst voor het officiële Apeldoornse Girolied nét op tijd klaar had, waarna componist Wil Taks nog nachten moest doorwerken om de woorden van Mirck te toonzetten. Maar toen zongen de banden dan ook. En neurieden de kettingen mee.

Hoe het leefde, en leeft. Menige Apeldoorner wordt, een maand na dato, ’s nachts nog gillend wakker, woest opspringend uit een droom die je geen droom meer kunt noemen. Waarin typisch Italiaanse woorden als ciclismo, cantare en Jachtlaan de boventoon voeren. Klinkt goed, maar het zal je ’s nachts overkomen. Waar ik jullie nog deelachtig van wil maken omdat ik er in de media niets over gelezen heb, is de oorzaak waardoor de nationale favoriet Steven Kruijswijk de eindzege ontging. Hij flikkerde in het zicht van de haven tegen die bergwand omdat hij de aanwijzingen van z’n ploegleider niet hoorde. In zijn oortjes weerklonk namelijk keihard dat Apeldoornse Girolied. De man was eraan verslaafd geraakt.

Heb ik het bezoek van de paus aan Apeldoorn al genoemd? De vele problemen waarmee stadsbaas Hamburger geconfronteerd werd in de aanloop tot? De verdere lotgevallen van onze getroebleerde stadsdiva’s, van de workshopschilder? Het wel en wee van het zieltogende blaadje van Piet van Rijn? Lees er alles over plus nog veel meer in dit incestueuze tableau van cultureel, bestuurlijk, mercantiel en sportief lokaal gedoe in de strijd om zien en gezien worden in de jaren tien van de eenentwintigste eeuw. Voor hen die niet kunnen lezen zeg ik nog dat er ook plaatjes in staan.

Ik noemde in het begin even de lokale wasmiddelmannen De Haas & Van Brero met hun PR avant la lettre. Waren de voormalige zeepzieders nog onder ons, ze zouden gaarne als sponsor zijn opgetreden van deze uitgave. Wellicht zouden ze ook geld willen steken in de dramatisering van deze Apeldoornse soap. Gevolgd natuurlijk door uitzending op de lokale tv, zodat de herhalingen al zouden kunnen beginnen voordat de originele uitzending had plaatsgehad.

Met Net een soap van de hedendaagse chroniqueurs Püntig055 is de cirkel weer zo rond als een wielerbaan maar elliptisch kan zijn. Want de mensen hierachter zijn natuurlijk niet meer dan overdrachtelijke wasmiddelfabrikanten die de boel eens flink willen bleken, wassen en spoelen. En hier en daar een zakje blauw schoppen. Alles met de kreukbeveiliging uitgeschakeld. Strijken moeten jullie zelf maar doen.

Dan wil ik nu heel zacht ‘Florence’ fluisteren en Wil Taks oftewel Wally Tax oftewel Wilco Stronks uitnodigen om het allerallereerste exemplaar van Net een soap in ontvangst te nemen.”

Foto: Willem Bierman (li) en Wilco Stronks a.k.a. Wil Taks (fotografie Diana Ulrich)

 

Één reactie op “Dallas aan de Grift

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *