Deel 11: Twilight Zone

11_paulusIn feite heeft Apeldoorn geen eigen krant meer. De Stentor bestaat nog wel, maar besteedt al lange tijd nauwelijks aandacht meer aan wat er zich zoal in Apeldoorn afspeelt. Door fusies en schaalvergroting is de krant verworden tot een semi-landelijk dagblad. Het bezoek van de Paus aan Apeldoorn werd natuurlijk breed uitgemeten, evenals de komst van de Giro. Maar dat heeft meer met de Paus en de Giro te maken dan met Apeldoorn. De benoeming van de nieuwe directeur van Gigant levert bijvoorbeeld nog slechts een mededeling op van hooguit 30 woorden, ergens op pagina 20. Dat het een publiek geheim is dat de Siciliaanse Mafia zich op de bovenverdieping van het cultuurhuis heeft gevestigd, lijkt aan de krant compleet voorbij te gaan. Er is geen interesse, laat staan budget, om er een journalist op te zetten.

Voor Paulus de Bosch resteert een haat-liefdeverhouding met zijn vroegere werkgever. Ooit was hij de specialist als het ging om kunst en cultuur, in aankondiging van evenementen en in verslag van belangrijke gebeurtenissen. Zijn handelsmerk waren de verkeerd gespelde namen in zijn artikelen, maar als je daar een beetje omheen las was het best aardig. Nu is hij uitgerangeerd, aan de kant gezet, met de pensioengerechtigde leeftijd nog net iets te ver weg. In de twilight zone tussen uitgewerkt en kunnen stoppen. Nog iets moeten vinden maar niet erg graag meer willen. Of kunnen. En dan moeten aanzien hoe het nieuws dat op straat ligt niet wordt opgepakt door de schrijvende pers. De Stentor is het ontgroeid, de kleinere kranten zijn er nog niet rijp voor. Het maakt Paulus verdrietig maar hij is niet bij machte er iets aan te doen.

Voordeel van zijn werkloosheid is wel dat hij wat meer tijd heeft voor zijn eigen literaire ontwikkeling. Zo komt hij eindelijk toe aan het verorberen van de verzamelde werken van Rien Poortvliet. Met een rood wijntje erbij brengt hij vele uren door aan zijn bureau in de studeerkamer. Johnny Cash op de achtergrond, een druipkaars voor de verlichting en zijn voeten op een voetenbankje. De ellende van de wereld vergeten en mijmeren over wat de toekomst misschien allemaal voor mooie dingen brengt. Totdat de fles leeg is, de klok middernacht slaat en de tijdschakelklok van de elektrische deken aanspringt. Weer een dag voorbij.

Helemaal werkloos beschouwt Paulus zichzelf overigens niet. Een beetje bijklussen bij een lokale nieuwswebsite brengt hem nog onder de mensen en stelt hem in staat zijn netwerk nog een beetje te onderhouden. Tot nu toe waren het kleine dingen, maar de laatste geruchten over de moord op Andy en Melisa deden zijn hart sneller kloppen. Nu zou zijn netwerk hem goed van pas kunnen komen. Te meer omdat de verdenkingen uitgaan naar een Apeldoornse kunstenaar. En er is geen enkele Apeldoornse kunstenaar die Paulus niet kent. Met andere woorden: Paulus kent de moordenaar van Andy en Melisa. En dat is geen kleine zaak voor een groot journalist als Paulus. Werk aan de winkel!

Een oude regel uit de misdaadjournalistiek zegt ‘volg het geld’ en dat is natuurlijk goed aan Paulus besteed. Andy en Melisa waren niet onbemiddeld, dat is algemeen bekend. Paulus had ze thuis eens bezocht en probeert de herinneringen aan dat bezoek weer voor het oog te halen.

‘Welkom, Paulus, wat leuk dat je ons komt opzoeken’, zegt Melisa. Paulus stapt ietwat verlegen de drempel over en kijkt haar, langs haar immense gevel, verwachtingsvol aan. Met een notitieblok onder zijn arm. Haar gulle glimlach doet hem blozen en hij volgt haar naar de huiskamer. Andy is er kennelijk nog niet en Paulus gaat op het randje van de bank zitten. Melisa schenkt hem ongevraagd een colaatje in. Ze observeert hem als hij ervan slurpt. Minuten gaan voorbij zonder dat er iets gezegd wordt. Melisa begint wat losliggende kledingstukken op te ruimen. Dat geeft Paulus de gelegenheid de kamer goed in zich op te nemen. Boven de tv hangt een groot schilderij dat hij meteen herkent. Het is een vroege Herman Brood. Paulus vraagt zich af of het huis een alarmsysteem heeft. Dan komt Andy via de keukendeur binnen en volgt een joviale groet. Het interview kan beginnen.

Dat schilderij, denkt Paulus, kan een lead zijn naar de oplossing van het raadsel. Hij blijft er de rest van de dag over tobben, maar komt er niet veel verder mee. ’s Avonds aan zijn bureau houdt het hem nog steeds bezig. De kleurige illustraties in Poortvliet kunnen hem dit maal nauwelijks boeien. De wijn smaakt hem niet zo goed als anders. Maar Cash klinkt geweldig:

‘A young cowboy named Billy Joe grew restless on the farm
A boy filled with wonderlust who really meant no harm
He changed his clothes and shined his boots
And combed his dark hair down
And his mother cried as he walked out’

Het doet hem aan iemand denken maar hij weet nog niet precies aan wie.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *