Deel 16: Is het startschot al gevallen?

16-wiltaksMet een grote klap gooit Wil Taks de deur bijna tegen de brede neus van Kaka. “Ik heb het je duizend keer voorgedaan en ook nog eens gezegd Kaka”, schreeuwt hij. “In de toonladder van C komen géén zwarte toetsen voor!”
Wil rent de stalen vluchttrap af en struikelt twee keer over de lege Viognier-flessen die her en der rond de woning van Kaka Fonie liggen geslingerd. Op de parkeerplaats ligt een kanten rood slipje met witte vlekken. Wil pakt het op, ruikt eraan het steekt het in zijn zak en verdwijnt in de massa op de Hoofdstraat. Zijn mobieltje gaat over. Een maf, haast uit de maat lopend ringtoontje, dat Wil zélf heeft gecomponeerd en opgenomen in een Arnhemse studio.
“Si, Si, Capice.”, fluistert Wil. “Si, Si! A dopo, ciao!”
Wil heeft haast. Met grote passen loopt hij naar het wielrencafé “De Aardappeljacht” op de Stationsstraat. Zijn Giro d’Italia-lied “de ketting neuriet mee” wordt daar gepresenteerd aan alle leden van zijn koor “Unisono” en wethouder Diederich Krautmoes zal het eerste exemplaar van de cd in ontvangst nemen. Wil heeft de afgelopen drie maanden full-time aan het lied gewerkt. De stadsdichter heeft de tekst geschreven en was streng: “Dit zijn de woorden!”, had hij tegen Wil gezegd. “Daar moet je het mee doen en als ze niet in het metrum passen, dan heb je pech!”
Maar het was Wil gelukt. Een écht Giro d’italia-lied met een Queen-achtig introotje en een dito outrootje. En wat was Wil trots. “De dubbele bodems
in dit lied zijn ontelbaar!”, had Wil onlangs nog tegen Paulus de Bosch gezegd.

De grote dag is aangebroken. De start van de Giro. Weinig zon, maar de temperatuur deugt. Heel Apeldoorn is roze. Alle ex-medewerkers van de homokroeg die Apeldoorn ooit had, lopen in leren slipjes en tepelpiercings te flyeren. Het lied van Wil schalt uit de speakers:

“Van de Jachtlaan, naar de Naald,
strakke broekjes en snot voor de ogen.
Geen renner die faalt,
een richting, over het stuur gebogen.

De ketting neuriet mee!
Venite adoremus.
En voor iedereen die ooit eerder ree:
Er loopt een hert, verscholen achter gnoes.

De ketting neuriet mee! (koor: zeur nie, maar neurie)
De Loolaan is roze gekleurd: (koor: roze, roooooze!)
Bij de Naald: daar is waar het gebeurt! (koor: Cantare, cantare!)”

De organisatie van de Giro heeft het lang geheim weten te houden: een tiental bekende Apeldoorners zal, als voorprogramma, het wegdek ‘infietsen’. We zien o.a. Kaka Fonie. Natuurlijk: Kaka is in 1987 kampioen schoolpleinfietsen geweest. Hij heeft van de organisatie een extra verstevigd frame gekregen. Evert Blauwe Veldmeer rijdt op een geinig damesfietsje met 26 inch wielen en een zeer lage instap. Fietsen met een lange jas én een stang op de fiets: dát pikte de organisatie niet. Ook wethouder Krautmoes is van de partij. Zijn fiets ziet eruit alsof die van Alexander Kristoff is. De ‘oh’s en de ah’s zoemen rond. Wat een mooie fiets! Er zijn omstanders die zich afvragen hoe hij aan die fiets komt. Eén van de deelneemsters is Shannon van Brabant. Ze heeft nog nooit gefietst, maar ze ziet er in ieder geval prachtig uit.
Krautmoes heeft een zwartgebiesd wit shirt aan met een adelaarsembleem. Zijn broek zit strak. Heel strak. Een wethouder met ballen.
Sjef Hamburger, wie anders, mag het startschot lossen. Adèle staat naast Sjef. Ze heeft prachtige roze lippen en nipt aan een glaasje rosé. Sjef richt zijn startpistool naar boven en brabbelt iets van: “klaar voor de start?”. Dan klinkt de keiharde droge knal en de bekende Apeldoorners gaan van start.
“Is het startschot al gegaan?”, vraagt Adèle aan een vrouw die naast haar staat.
Bij de Deventerstraat lijken de kaarten al geschud: een van de deelnemers, de eigenaar van een café waarin elk weekeinde zo ongeveer 63 bluesbandjes optreden, ligt voorop. Kaka Fonie zit hijgend in zijn wiel. Krautmoes fietst er met groot gemak bijna naast.
Intussen schalt het Giro-lied van Wil Taks uit de speakers. Langs het parcours staan opvallend veel mensen met de vingers in hun oren. Bij de Edisonlaan stapt Evert af. Er zit een vrouw met blonde krullen op een bankje. Evert gaat naast haar zitten en gooit zijn fiets in de struiken.
Als het peloton bij de Jachtlaan komt, rijdt Shannon linea recta naar haar huis. Ze negeert de schreeuwende menigte die met duizenden armen probeert duidelijk te maken dat de finish om de hoek is.
Krautmoes komt als eerste de Loolaan op. Hij fietst bijna rechtop en zwaait af en toe naar de mensen die laaiend enthousiast zijn. De Loolaan is helemaal roze geschilderd. Een projectje van een aantal vrienden van Antonio Grootkwast. De verf is nog niet helemaal droog, maar “watergedragen, is watergedragen!”, hadden de kliederaars uit naam van hun grote voorbeeld Antonio geroepen.
Ongeveer 200 meter voor de finish versnelt Krautmoes. De spreker jut het publiek op en schreeuwt door de microfoon iets van: “Wát een groot verzet…die Krautmoes is een Duitser die goed met het verzet kan omgaan.. wat ge-wel-dig!”
Krautmoes rijdt de finish over en kijkt achterom. Achter hem is geen enkele andere renner te zien. Een eenzame, maar spetterende zege.
Net als hij wil afstappen, lijkt de zadelpen af te breken. De punt van het zadel wijst in ieder geval naar beneden: er rolt een koperkleurig klosje op straat. Krautmoes kijkt verschrikt.
“Non de ju!”, roept de spreker: “Er zit een elektro-motortje verstopt in de zadelpen!” Het publiek is stil. Doodstil.
Theo Viswater staat naast de fiets en kijkt op het schermpje van zijn camera. “Shit”, mompelt hij. Een onscherpe finish-foto. Bah!”
De Giro d’Italia kan beginnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *