Deel 17 (slot): SUBLISSIMO

17-sjefDe cameraploegen van vele verschillende televisiemaatschappijen staan al dagen opgesteld rondom het wielerparcours. Als burgervader begint Sjef Hamburger een beetje te begrijpen hoe het destijds gevoeld moet hebben toen Koninginnedag bloedig eindigde en de stad opeens in het middelpunt van de internationale belangstelling stond. Gelukkig is de aanleiding nu een heel positieve: de Giro die de sportieve ambities van Apeldoorn onderstreept en bewijst. Maar of het daarmee een heugelijke dag wordt? Sjef heeft meer zorgen dan ooit. De recente moorden, het lijk in het stadhuis, de eeuwige discussie over geluidoverlast en het geneuzel bij de directie van Gigant, stinkende Uriliften en dito HEMA-rookworsten. En dan nog zijn eigen sores, waar niemand nog van weet…

Terwijl Sjef zijn tanden poetst en zichzelf in de badkamerspiegel observeert, wordt er aangebeld. Zijn vrouw doet open en roept Sjef naar beneden. Een koerier overhandigt hem een dikke envelop met een groot rood zegel erop. Sjef voelt meteen narigheid en helemaal ongelijk heeft hij niet. De mediterrane kleuren op de envelop verklappen het al. Godverdomme, denkt Sjef, post uit het Vaticaan.

Onder de lamp aan de keukentafel maken Sjef en zijn vrouw snel de envelop open. Sjef zit nog in zijn pyjama. Hij is nu wat gehaast omdat hij over een uurtje al bij de start van de Giro moet staan. Met ambtsketen en al. Als de envelop is opengescheurd valt het officiële kerkelijke document eruit. In drie talen: Latijn, Nederlands en Engels. In kapitalen staat geschreven dat Paus Fransiscus, heden de 6e mei MMXVI, voor de Roomsch Katholieke Kerk zalig verklaart: heer Antionio Grootkwast, inwoner van Apeldoorn. Hij wordt, zo staat er, ingeschreven in het register onder de zalige naam Saint Jacques. Sjef blijft minutenlang naar het perkament staren. Het staat er echt. Grootkwast is een heilige, verdomme. Een flinke knoop nestelt zich in burgervaders maag, vermoedelijk voor de rest van het weekend.

De Paus bezocht de stad in januari en maakte indruk bij de eerste BorrelDood van het jaar. Sjef heeft er vaak aan teruggedacht en zich steeds afgevraagd wat de stad ermee is opgeschoten. De steunbetuiging in de voorjaarsvakantie, vanwege de vele gewonde Apeldoornse wintersporters, had hij wel een opsteker gevonden. Maar alle aandacht eromheen, het gedoe met de moorden en de morbide fascinatie van het journaille daarvoor, heeft hem afgemat. Was hij maar burgemeester van Nieuwegein geworden.

Als Sjef even later zijn huis verlaat pleegt hij op de fiets een kort telefoontje. ‘Lieverd, ik moet je vandaag zien. Kom vanmiddag naar de afgesproken plek’. Hij passeert aan de rand van het centrum een leegstaand winkelpand. Net als alle andere leegstaande panden is ook dit pand in gebruik als tijdelijke expositieruimte van Grootkwast. Het is een bizar plaatje: grote, kleurige schilderwerken in de etalage met op de voorgrond een man-in-pak op de fiets. Met rammelende ambtsketting om z’n nek. En met een zaligverklaring onder zijn snelbinders. Een zaligverklaring van de man die notabene vandaag voor de rechter verschijnt om zich te verantwoorden over de dubbele moord. Sjef moet er een beetje om lachen. Uit nervositeit, cynisme, wanhoop. Hij balt zijn vuist, kijkt naar de hemel en roept: ‘Thank you God, for giving me the whole shit!’.

Voordat de officiële Giro begint is er een voorproefje. Bekende Apeldoorners mogen over het parcours fietsen. Sjef had mee gemoeten maar kan op het laatste moment zijn wethouder Diederich Krautmoes dat klusje in zijn maag splitsen. Sjef lost het startschot, toont een vrolijke glimlach maar probeert dan weg te komen. Het wordt hem teveel, hij heeft lucht nodig. Onder het mom van ‘een belangrijke vergadering’ maakt hij zich uiteindelijk gemakkelijk uit de voeten.

Het zijn meer dan 100 traptreden maar hij is het inmiddels gewend. Bovenin het torentje van het stadhuis ben je voor iedereen onzichtbaar maar heb je overzicht over de stad, een fenomenaal uitzicht. Adèle zal er zo ook wel zijn. Hij denkt aan haar terwijl hij het gekrioel op het Marktplein gadeslaat. Het mooie Marktplein, zijn Marktplein. De plaats waar volgend jaar misschien het Glazen Huis zal staan en dat hij zal sluiten en openen. Apeldoorn opnieuw in the picture. Met Adèle misschien aan zijn zij.

Adèle Oude Mensink, haar naam klinkt hem als muziek in de oren. Ze gaan al bijna een jaar met elkaar om, niemand weet het en dat is maar beter zo. Hij voelt nog dagelijks de verliefdheid en voelt dat die ook wederzijds is. Soms communiceert het wat lastig met haar, want ze is zo doof als een kwartel. Op een of andere manier wakkerde dat zijn verliefdheid alleen maar aan. Aantrekkelijkheid zit ‘m niet in perfectie, maar juist in de afwijking daarvan.

Sjef ziet op het Marktplein een gezette man met Burberry-sjaaltje rondrennen. Dat is Kaka Fonie, niet te missen. Zo vanaf deze hoogte lijkt het plein net een flipperkast en hij beeldt zich in dat Kaka de bal is. Even later ziet hij hoe de grote bal heen en weer rolt en alle mensen omver kaatst. Het plein wordt leger en leger. Dan beseft Sjef dat dat hij hallucineert. Hij begint dingen te zien die er niet zijn. Op z’n voorhoofd staan zweetdruppels.

‘Ha lieverd!’, roept Adèle als ze het torentje binnenstapt. Sjef is acuut weer bijgekomen en voelt de vlinders in zijn buik. ‘Lieve Adèle van me, wat fijn dat je er bent’. ‘Wat zeg je?’, zegt Adèle. Kijk, dat is waarom hij zo gek op haar is. Sjef wilde haar alles vertellen over wat er die ochtend is voorgevallen, maar ziet er van af. Hij zoent Adèle en zij beantwoordt zijn toenadering hitsig. Het duurt niet lang of Adèle staat gebukt en met haar handen tegen het raampje gedrukt terwijl Sjef het textiel van haar lijf rukt.

Adèle begint het liedje van Wil Taks te fluiten omdat ze weet dat het Sjef extra opwindt. De ambtsketen slaat ritmisch tegen haar blanke billen. ‘O, Adèle, laten we genieten van het moment’, hijgt Sjef. ‘Wat zeg je?’, zegt Adèle. Het is olie op het wilde vuur en nu is er helemaal geen houden meer aan. De raampjes beslaan waardoor het zicht op het Marktplein vervaagt. Sjef verhoogt het tempo en merkt dat het niet lang meer zal duren. Adèle begint het Girolied nu te zingen: ‘De ketting neuriet mee!!’, eigenlijk is het meer schreeuwen, en ze beweegt haar goddeljke heupen als nooit tevoren. Dan gebeurt het. De ontlading. Het ultieme moment. De wereld staat stil. Er is even niets dan liefde en genot. Sjef en Adèle, de nucleaire samensmelting, het contrapunt in de tijd. De match made in heaven.

Minutenlang zeggen ze niets. Langzaam worden de praktische dingetjes gedaan. De broek omhoog, de ambtsketen recht, de bril weer op de neus. Sjef wrijft de ruit schoon, zodat het Marktplein weer verschijnt. Adèle draait zich om, omhelst Sjef en kijkt hem diep in zijn ogen.
‘Dàt was pas zalig’, zegt ze.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *